SERVIË | Verlaten klooster

hermitage st sava

De mooiste dingen kom je altijd onverwachts tegen. We zijn net bij een klooster geweest, wat wel mooi was, maar niet super indrukwekkend. Inmiddels vervolgen we onze weg naar de volgende bestemming. Ineens staat er een bruin bord langs de kant, wat betekent dat er een bezienswaardigheid aankomt. De foto is niet erg duidelijk en het bord is al versleten, maar het ziet er wel grappig uit. We hebben nog tijd. Zullen we naar boven? Waarom niet? Het is maar 35 minuten lopen, volgens het bordje.

hermitage st sava

Na 35 minuten komen we aan bij een oud, verlaten huisje en een mini kerkhof. Het lijkt totaal niet op het plaatje van het bord en het ‘pad’ loopt nog verder. Zullen we dan toch maar verder lopen? Ach, waarom niet? Na een paar meter blijkt er een goede reden te zijn waarom niet: het pad is verschrikkelijk steil en – ondanks dat ik er meteen een astma pufje in gooi – ik ben continu buiten adem. Als we halverwege even stilstaan, hoor ik gesis en zie ik nog net een dikke, zwarte slang weg glibberen. OKE, we lopen door! De rest van de weg loopt Geert voorop, terwijl hij heel hard met me blijft praten (‘Dan horen ze dat we eraan komen!’) en als een idioot met zijn wandelstok op de grond mept. Jammer dat ik te weinig adem heb om te lachen.

hermitage st sava

hermitage st sava

Op een gegeven moment zien we offerkaartjes, die mensen in de rotsen hebben gestoken. Het moet nu toch niet ver weg meer zijn? Wat het dan ook mag zijn waar we naartoe gaan. En dan ineens, om de hoek, hoor ik Geert roepen. ‘Het is prachtig!’ En dat is het. Voor ons ligt een verlaten klooster. Er is helemaal niemand. We kunnen er niet in, maar we kunnen wel dichtbij komen. Ik luid de bel, die echoot door het dal. Als ik een halfuur later ben bijgekomen doen we het nog eens, voor de reisfilm.

hermitage st sava

hermitage st sava

We komen bij een deur. De deur zit niet op slot en als we het takje weghalen, kunnen we naar binnen. Zullen we? We doen het, maar de deur is zo oud en scheef dat hij door de zwaartekracht meteen overschiet. Wij slaken een gilletje en springen aan de kant. Helden dat we zijn. Geert spiekt uiteindelijk nog even naar binnen, met z’n telefoon als zaklamp. Het is een soort gebedsplek. We doen snel de deur weer dicht.

De mooiste dingen kom je altijd onverwachts tegen. Jammer dat je er ook altijd zo van buiten adem raakt.

Wil je er ook heen? Thuis kwamen we erachter dat hij ‘Hermitage van St. Sava’ heet.

Het klooster in bewegend beeld zien? Bekijk onze travel movie van Servië!

Volg mij op BloglovinTwitterFacebook & Instagram voor dagelijkse updates!

Djavolja Varos, de aardpiemels van Servië

Eén van de redenen waarom we naar Servië wilden, was het natuurfenomeen wat wij liefkozend ‘de aardpiemels’ noemden. Als je aan iemand vraagt waar de aardpiemels liggen, kunnen ze je de weg niet wijzen, maar met ‘Djavolja Varos’ kom je een heel eind. Eigenlijk is het een gebied waar hoodoo’s voorkomen (maar ik vind ‘aardpiemels’ een stuk duidelijker woord), wat een ander woord is voor een ‘aardpiramide’ of ‘aardpijler’. Tot zover Wikipedia.

djavolja varos

djavolja varos

djavolja varos

Wij moesten daar natuurlijk heen. En dus gingen we. Nadat we door de toegangspoort gingen, viel ons meteen één ding op: wat zijn hier afschuwelijk veel muggen. Het was gewoon abnormaal. Ik bleef maar om me heen slaan (ik ben allergisch voor muggen) en had er bij elke slag 10 in mijn handen… Gelukkig werd het een stuk minder toen we voorbij het watertje waren. Ik kan me ineens heel goed voorstellen dat je muggen als martelwerktuig kunt gebruiken. (Of heb ik nu een verknipte geest?)

Onze eerste stop was bij een kerkje, waar je een wens kon doen in ruil voor een donatie. Er stonden super schattige wensbomen, waar je een lapje stof met een wens erop aan kon binden. Dat deden we natuurlijk! En Geert leende meteen iets meer van die stoffen doekjes, om alle zonnebrandcrème uit z’n ogen te spoelen. Sorry, kerk.

djavolja varos

djavolja varos

djavolja varos

Iets verderop had je vanuit een platformpje prachtig uitzicht op een aardpiemels. We hadden geluk, want er was niemand. En dus staarden we naar dit natuurfenomeen. Wat prachtig! Als je naar Servië gaat (wat je sowieso gaat doen, want dat moet van mij) dan mag je Djavolja Varos zeker niet missen!

Heb je onze reisfilm over Servië al gezien?

Volg mij op BloglovinTwitterFacebook & Instagram voor dagelijkse updates!

BUCKET LIST #122 | Op een tandem fietsen (in Servië!)

We verbleven twee dagen in Belgrado, maar op de eerste dag hadden we alle highlights van de stad al gezien. Gewapend met een plattegrond en een buskaartje wat achteraf helemaal niet bleek te werken, vertrokken we richting het Sava lake. Daar hadden we namelijk goede verhalen over gehoord!

sava lake

Servië mag dan wel geen kust hebben, maar zo’n groot meer is in de zomer ook heerlijk verkoelend. Toen wij er waren, was het heerlijk weer, maar niet warm genoeg om te zwemmen. Na een korte wandeling en twee ijsjes (tja, kost toch geen drol) besloten we eens een kijkje te nemen bij de fietsenverhuur. En daar zagen we iets waar we spontaan de slappe lach van kregen. Een tandem! Geert was meteen enthousiast en ik dacht gelijk aan m’n bucket list. Natuurlijk kozen we voor de tandem! We zochten een barrel uit (oké, hij fietste best prima, maar we durfden niet aan de versnellingen te zitten en ik had drie dagen later nog pijn in m’n kont) en gingen op pad.

belgrado

De eerste meters gingen voorzichtig om het meer. We hadden de grootste lol, maar ik moest achterop erg wennen, omdat je niet kan sturen en je dus maar moet ‘overgeven’ aan de bestuurder. Niet zo handig als je niet zo goed over zo’n grote rug heen kunt kijken. Na een tijdje ging het prima en besloten we weer terug naar de stad te fietsen. Best een eind, maar we hadden de tijd en fietsten in de zon. Onderweg lachten de Serviërs ons uit en wezen ze naar ons, terwijl wij weer naar hen wezen, omdat ze op een omgebouwde grasmaaier reden. Ach ja, verschil moet er zijn.

tandem

M’n lange broek en jas over het zadel binden, maar nog steeds een zere kont

Halverwege onze tocht konden we met een fietslift naar boven, de brug op. Het punt was alleen dat de liftbedieners net pauze hadden. Zelf op de knop naar boven drukken, was natuurlijk geen optie, maar een halfuurtje later mochten we eindelijk naar boven! Oh en op de terugweg moesten we trouwens wél zelf op het knopje drukken, want toen waren de liftbedieners in geen velden of wegen te bekennen.

Fietsen op een tandem? Check!

Volg mij op BloglovinTwitterFacebook & Instagram voor dagelijkse updates!

REISCOLUMN | Mr Zika, de koning van de klederdracht. (En van de smerige koffie.)

‘Relax. In Serbia, people relax.’ Dat zijn de woorden waarmee Mr. Zika ons verwelkomt, nadat we letterlijk één stap buiten de auto hebben gezet. Relax zijn we, maar het blijken wel de enige vier woorden Engels te zijn die de beste man spreekt. Dat weerhoudt hem er echter niet van om ons tot zijn nieuwe beste vrienden te bombarderen. Hij trekt ons mee naar zijn tuin en gilt naar zijn vrouw dat er koffie moet komen. En sterke drank.

Toegegeven, Mr. Zika heeft een prachtig plekje. Het kamertje waar we slapen, stelt niet zoveel voor, maar de (beelden)tuin en het uitzicht daarentegen, zijn geweldig. Al snel komt moeder de vrouw met een dienblad aanzetten. Erop? Twee kopjes super smerige koffie met drie centimeter drap, 2 shotjes super sterkte honing likeur en 2 glazen limonade. Als Geert het teken geeft dat hij even niet kijkt, mieter ik de hele boel over het hek heen. Super bedankt voor de héérlijke koffie!

Het uitzicht bij Mr. Zika thuis

De uren daarna moeten we relaxen en krijgen we om de vijf minuten dochter Suzana aan de lijn, die wel een paar woorden Engels spreekt. Mr. Zika wil ons dolgraag meenemen naar het ‘dak van de wereld’, een mooi uitzichtpunt in de buurt, want daar moéten we foto’s maken. Wij willen natuurlijk wel mee! Het uitzicht is inderdaad prachtig, al neemt Mr. Zika onderweg het relaxen wel heel letterlijk. Op de terugweg moeten we uitstappen bij de geit van de buren om wat foto’s te maken. Want een geit, da’s bijzonder en die hebben ze vast niet in Nederland. Wij klikken braaf door. Bij thuiskomst bereidt hij een heerlijk Servisch maal voor ons: schapenpoten met veel groenten en brood.

Het uitzicht bij Mr. Zika thuis

Op een gegeven moment valt zijn oog op de Servische klederdracht die al dertig jaar op de houten palen gespijkerd zit. Eén blik op mij en hij heeft zichzelf een nieuw levensdoel gegeven. Hij trekt me enthousiast van de bank, begint in het Servisch te ratelen en trekt de kleding van de paal. Even dertig jaar aan stof eruit kloppen en hij is er klaar voor. Over mijn eigen kleding heen, bindt hij de Servische klederdracht vast. Ik mag er dan misschien uitzien als een olifantje met al die lagen stof, maar stralen doe ik wel. Wat een lieve man! Die zweetlucht in het shirt vergeet ik voor het gemak maar even.

Het uitzicht bij Mr. Zika thuis

De volgende dag vertrekken we op onze beruchte tocht met de 6 Servische bergbeklimmers en de slangen, maar niet voordat we koffie hebben gedronken met de Nederlandse buren. De buren zelf hebben ook geen idee hoe onder die smerige koffie uit moeten komen én waarom ze precies met ons moeten praten, maar ach. We vinden er in ieder geval uit waarom ons water aan het begin zo bruin was. De waterleiding was afgesloten en speciaal voor ons – gasten – hebben ze de boel een beetje sneller dan normaal weer aangesloten. Graag gedaan, buurvrouw.

Het ‘dak van de wereld’

Bij de betaling heb ik geen idee welk bedrag Mr. Zika noemt voor het avondeten van de dag ervoor en voordat hij voor de driemiljoenste keer Suzana gaat bellen (daar hebben we helemaal geen tijd voor), trek ik de complete inhoud maar uit m’n portemonnee. Met stralende ogen trekt Mr. Zika iets teveel briefgeld naar zich toe. Wij vinden het prima. Gun die man z’n geld. Hij is het dubbel en dwars waard.

Volg mij op BloglovinTwitterFacebook & Instagram voor dagelijkse updates!

BUCKET LIST & COLUMN | Wilde slangen spotten met Servische vrouwen

slangen servië

Spot de lieve baby slang

We wilden heel graag wandelen in het Servische nationale park, Djerdap, maar dat mocht alleen als je een gids meenam. In het park gold namelijk gevarenzone 1, wat dat dan ook betekenen mag. Het kostte wat moeite om een gids te vinden op zaterdag, maar uiteindelijk mochten we mee met 6 Servische bergbeklimmers en hun ranger uit Belgrado. Ja, dat vond ik ook erg indrukwekkend klinken. Ik kreeg al last van m’n astma als ik alleen al aan die bergbeklimmers dácht, om over die gevarenzone nog maar te zwijgen.

djerdap servië

Het kostte ons een halfuur om de groep te vinden en de ranger – gekleed in zo’n schattig groen pakje – sprak geen woord Engels. Omdat hij per se onze gegevens in het Servische schrift wilde opschrijven (‘City?’ ‘Zevenaar.’ ‘Eh… ci-ty?’ ‘Yes, Ze-ve-naar!’) had ik na vijf minuten al de slappe lach. Maar goed, gevarenzones zijn niet om te lachen, dit was een serieuze business, dacht ik. Totdat we onze vijf diehard bergbeklimmers in de gaten kregen: 4 oudere vrouwen en 2 kinderen. Op zo’n manier.

djerdap servië

Na nog geen twintig minuten wandelen over het pad (!) lagen de 2 sloomste vrouwen en de ranger al achter. De andere twee moekes en hun (klein?)kinderen bekommerden zich meteen over ons. In steenkolen Engels vertelden ze af en toe wat. Ineens kraaide één van de kinderen van plezier. ‘Snake!’ grijnsde het andere kind. Slang? Sláng? WAAR? En warempel: in de berg glibberde een klein slangetje voorbij. Super schattig. Ik wist nog net z’n staart te fotograferen.

djerdap servië

Tien minuten later kraaide het kind opnieuw, terwijl hij enthousiast met z’n wandelstok op de grond pikte. In… de 1,5 m lange moederslang. Holy moly! Ik slaakte een gilletje en riep dat het kind moest stoppen met porren. Dat vond de moeke blijkbaar ook, want ze duwde de slang resoluut de berm in. ‘Time of snakes,’ zei ze luchtig. O god.

djerdap servië

De rest van de weg naar boven liep Geert voorop met z’n gezicht naar beneden, met een grote stok in de aanslag en af en toe roepend: ‘Ik háát slangen!’. Ik weet niet wat ik grappiger vond; het angstige gedrag van Geert of de moekes die ons maar eten bléven aanbieden. Verse amandelen, een verschrompeld klein appeltje (‘Biological!’ Ja, dat zal best.), Pim-koekjes. Er kwam geen einde aan.

djerdap servië

Na zo’n 1,5 uur wandelen kwamen we bij een geweldig uitzichtpunt aan. De vrouwen riepen dat we niet te dicht bij de rand mochten gaan staan en probeerden ons met nog meer eten naar het picknickbankje te lokken. Daarna moesten we mee naar het ‘restaurant’, een houten hutje, wat helemaal geen restaurant was. En wie bleek daar gezellig te zitten met een bakkie koffie voor z’n neus? Meneer de ranger. Het is dat we daarna naar z’n baby everzwijntjes mochten kijken, want anders… Onze eerste Servische lessen: neem ‘gevarenzones’ en ‘bergbeklimmers’ niet te serieus. En laat je eten maar thuis. Scheelt weer sjouwen.