HEB IK DAT: We werden opgehaald door het Mountain Rescue Team…

Slowaaks paradijs

Toen alles nog heel leuk en mooi was…

Zal ik het dan eindelijk maar vertellen? Ik kreeg al wat nerveuze reacties van mensen en ik wil geen hartaanvallen uitlokken natuurlijk. Daarom vandaag: de dag dat wij werden opgehaald door het Mountain Rescue Team. Goed, we beginnen.

In het verslag dat ik eerder schreef, lees je wat er aan vooraf ging. We zouden dus – in het prachtige Slowaakse Paradijs – vanaf Pila een route lopen die ongeveer vier uur duurde. Van tevoren grapte ik nog: ‘Nou, ik hoop dat ik die vier uur volhoud.’ Maar toen wist ik nog niet dat we er zeven uur over gingen doen…

We begonnen heel braaf met de gele route. Later zou deze overgaan in rood en daarna in blauw (waar je weer eindigde in Pila). De gele route was prachtig! Je moest soms behoorlijk klimmen en het was zeker geen route voor mietjes, maar de natuur was wonderschoon en puur en we genoten van iedere minuut.

Slowaaks Paradijs2

 

Op een gegeven moment kwamen we op een punt waar je óf de stippellijn kon volgen (en een stukje af kon snijden) of de gele route nog een stukje verder kon volgen. Wij besloten de stippellijn te volgen, klommen een stuk op waar ik amper boven kwam en concludeerden boven tevreden dat er aan de rechterkant inderdaad een rode streep op de boom stond. Mooi, de rode route.

We bleven de rode stippen volgen, maar na een tijd durfde Geert hardop te zeggen dat we wel érg vaak naar links gingen. We moesten eigenlijk ook een keer naar rechts. We liepen toch maar door (want, wat moet je anders?) en kwamen op een punt waar je links de witte route kon gaan volgen en rechts (het bos in) de rode route. Maar… er stond helemaal geen witte route op de kaart! We wilden echter niet eigenwijs zijn en dachten: gewoon de rode route volgen. Dan kom je in ieder geval érgens uit. Toch?

De rode route in het bos ging steeds verder naar beneden. Zo steil, dat we – toen we écht gingen twijfelen – niet meer terug omhoog konden. Rode stippen waren echter ook nauwelijks te vinden en toen stonden we in een diep bos. Aan de ene kant ging het nog verder naar beneden, aan de andere kant super stijl omhoog. We konden geen kant op, maar wisten dat we in ieder geval EEN kant moesten kiezen. Daar blijven staan was immers geen optie. En toen ging het ook nog eens KEIHARD regenen.

Slowaaks paradijs3

In no time waren we doorweekt. Echt doorweekt. We kozen een kant, besloten toch weer te wisselen, klommen en klauterden. Mijn enkels leken af en toe wel soep, maar dat er diepe krassen in mijn benen kwamen, voelde ik op een gegeven moment niet meer. Op onze entreekaartjes stonden noodnummers, maar we hadden geen bereik. En zelfs al hadden we dat gehad, wat hadden we dan moeten zeggen? Ja, we staan hier bij een boom…

Ik weet niet meer hoe we het gedaan hebben, maar opeens was daar een ‘pad’. Als in: er had daar een keer een auto gereden. We hadden echter niks beters en besloten het te volgen. Na een uur ging het over in een grindpad. Weer een uur verder (“dit moét toch ergens eindigen?”) waren we op het punt waar we de rode route waren gevolgd en het bos in waren gegaan. Ik kreeg weer wat hoop: nu waren we bijna bij het beginpunt en dan hadden we tenminste íets om door te geven aan een noodnummer. Dat beginpunt bereikten we uiteindelijk na anderhalf uur lopen (vertrouw nooit mijn richtings- of tijdsgevoel).

Net toen we besloten ‘terug’ te gaan (als in: die gevaarlijke trappen achterstevoren gaan lopen, omdat we écht niets anders wisten), zagen we een groot STOP-bord. Niet zo’n slim plan dus. En nu wilden we écht niet meer eigenwijs zijn. Tijd voor de noodnummers. Als eerste belde ik de informatielijn van het gebied. Die mensen waren allang naar huis (het was inmiddels zeven uur ‘s avonds en we vertrokken om half twee ‘s middags…). Toen belde ik de politie, maar daar spraken ze alleen Slowaaks. Ten einde raad belde ik 112 waar een meneer er – na vijf minuten – eindelijk één Engelse zin uit perste: Do you need medical help? Ik riep dat we niet gewond waren en toen klonk het van: tuut tuut tuut. 

Slowaaks paradijs7

Ik foeterde dat de politie je vriend moet zijn. Degene bij wie je – in uiterste nood, als je het écht niet meer weet – terecht kunt. Nou, niet dus! Niet bij de Slowaakse politie in ieder geval. Toch maar achteruit terug dus. En toen zag Geert onder het woord ‘stop’ nog een ander noodnummer staan. Doodop belde ik dat nummer. Er nam een vrouw op die (godzijdank) Engels sprak. Ze snapte mijn probleem. Ze werkte alleen voor het landelijke rescue team en besloot het rescue team van het Slowaaks Paradijs te bellen. Zij zouden mij terugbellen. Mijn batterij was nog voor 40% vol en ik had slecht bereik…

De man (of jongen, zo bleek later) die daarna belde, viel af en toe weg. We hebben meer dan een halfuur gebeld voordat hij doorhad waar we waren (“Ben je al langs bankjes gekomen?” “Eh… nee.”): nog niet eens aan het einde van de gele route. We moesten nog meer dan 2 uur lopen. Hij vroeg of we gewond waren en of we nog verder konden. Nou ja, we hadden weinig keuze. We liepen weer verder en warempel: we kwamen uit bij het kruispunt dat de jongen beschreven had. Inclusief bankjes. De jongen vertrouwde het echter waarschijnlijk toch niet zo en belde me weer terug. Ik riep opgewonden dat we bij de bankjes waren. De man was blij en stelde me de volgende vraag: “Heb je een lamp? Het wordt zo donker en je moet nog 2 uur lopen…”

Slowaaks paradijs4

Compleet doorweekt, met bladeren in mijn haren aan het wachten op het Rescue Team

Nee, wij hadden geen lamp. We waren immers om half 2 ‘s middags vertrokken. Met zon en in een korte broek (die nog steeds doorweekt was). “Zullen we jullie komen halen?” was de volgende vraag. Na kort overleg met Geert (we waren het snel eens) was ons antwoord: “Gráág”.

We namen plaats op de bankjes en toen pas voelde ik hoe moe ik eigenlijk wel niet was. Er staken messen in mijn hielen en mijn knieën deden ook al zeer. Daarnaast waren we doorweekt, hadden we nog niks gegeten (maar gek genoeg ook niet echt honger) en verlangden we naar een warme douche en een bed. Een halfuur later kwam het Rescue Team. Niet in een gewone personenauto (zoals we verwacht hadden), maar in een kleine ambulance-jeep, inclusief reddingsmateriaal. O god…

Met drie man sterk kwamen ze uit de auto. Of we gewond waren? Nee, dat niet. Ze hadden voor €0,20 een verzekering voor ons gekocht en na het invullen van een formulier, dat verdacht veel leek op het schadeformulier uit een auto, stapten we in. De auto was warm. Er lag een dekentje op de bank. De jongen naast me vroeg wat we in vredesnaam de afgelopen uren gedaan hadden. “We waren verdwaald in het bos.” Een betere uitleg had ik niet voor ‘m.

Slowaaks paradijs5

Deze sokken waren WIT

Eenmaal bij onze eigen auto moesten we nog even onze paspoorten laten zien, schoot Geert snel een foto (stiekem, want die mannen hadden al zo’n lol om ons) en toen was het tijd om onze helden te bedanken. Ik had er niet aan moeten denken om die overige twee uur nog te moeten lopen. En dan had ik nog niet eens gedacht aan de beren die in het Slowaaks Paradijs rondhuppelen!

Achteraf gezien denk je: wáárom hebben we die stippellijn genomen? We waren echter niet bewust eigenwijs. We dachten juist dat we er goed aan deden. Ik ben onze helden zeer dankbaar voor hun warme auto en ‘reddingsactie’. Ze hebben zich vast krom gelachen. Maar het goede nieuws is: zelfs in noodsituaties kunnen Geert en ik op elkaar bouwen. We hebben elkaar er doorheen gesleept, ons misschien iets vrolijker voorgedaan dan dat we ons eigenlijk voelden, maar hé, we zijn dat enge, gigantische bos uitgekomen. Gelukkig maar.

Slowaaks paradijs6

De achterkant van de ambulance-jeep…

(Sorry, hij kon niet korter.)

Follow my blog with Bloglovin

11 thoughts on “HEB IK DAT: We werden opgehaald door het Mountain Rescue Team…

  1. O, o, wat een verhaal, we kenden het al, maar prachtig om het nu nog eens te lezen. Dat je zelfs zoiets kunt over erven is toch wel bijzonder 🙂

    1. Haha, zeker! Ik dacht ook wel steeds: Kom op, Marieke. Dit wordt een leuke blog. (We moesten de moed erin houden…)

  2. Hebben ik en Margriet vroeger vaker meegemaakt. In de bergen loop ik ook altijd met een ouderwetse kompas en een goede kaart. Door schade en schande wijs geworden. Alle bergen lijken op een gegeven moment op elkaar en dan weet je niet meer waar je jezelf op moet focussen. Zeker als je in de bossen loopt verlies je je richtingsgevoel.
    Bordjes verdraaid of omvergetrapt en zoek het dan maar uit.
    Gelukkig geen gekke dingen gebeurd en de volgende keer een extra batterij meenemen voor je mobiel. Een zaklampje is ook nooit weg 😉 .
    Laatst op Madeira moesten we nog omkeren omdat we daar in de bergen niet verder konden omdat we niet door een lange grot konden lopen zonder verlichting.
    Was dus ook een leermomentje. Heb ik nog steeds elke dag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *